Translate

zondag 24 maart 2013

Het is een groot wonder

 Het is een groot wonder,

dat het eeuwige woord van de almachtige God
in mij woning zoekt,
in mij geborgen wil zijn
als de zaadkorrel in de akker.
Gods woord is niet geborgen in mijn verstand,
maar in mijn hart.
Het doel van het woord dat uit Gods mond komt is niet,
tot het einde doordacht en geanalyseerd te worden,
maar in het hart te resoneren,
zoals het woord van iemand van wie wij houden
in ons hart woont,
ook wanneer wij er niet bewust aan denken.
Heb ik Gods woord alleen in mijn verstand,
dan zal mijn verstand vaak door andere zaken in beslag worden genomen
en ik zal tegen God zondigen.
Daarom zijn wij er nooit mee klaar Gods woord gelezen te hebben;
het moet diep in ons zijn ingegaan,
in ons wonen,
zoals het allerheiligste woont in het heiligdom,
opdat wij niet zondigen in gedachten, woorden en daden.
Het is vaak beter,
weinig en langzaam in de Schrift te lezen
en te wachten tot het tot ons is doorgedrongen,
dan van Gods woord veel te weten,
maar het niet in zich te 'bergen'.

GEBED IS VOEDSEL VOOR DE ZIEL

 GEBED IS VOEDSEL VOOR DE ZIEL

Het uur van het gebed is zowel de kern als de vrucht van onze tijd, terwijl alle andere uren als wegen zijn die naar dat uur toe leiden. [...] De gebedstijden verhouden zich tot de ziel als de maaltijden tot het lichaam. Gebed is voor de ziel wat voedsel is voor het lichaam. En de zegen die wij aan het gebed ontlenen duurt voort totdat het weer tijd is om te bidden, net zoals de kracht die wij opdoen bij het middagmaal voortduurt tot het avondmaal.
RABBI JEHOEDA HALEVI

zaterdag 23 maart 2013

 Even een wijze noot voor het weekend............Wie ben ik? Dat is mijn meest existentiële vraag. Ben ik mijn lichaam, mijn gevoel, mijn verstand? Wie ben ik achter mijn ‘persona’, Latijn voor ‘masker’? Mijn lichaam verandert en vervalt gedurende mijn leven. Mijn gevoel uit zich in telkens wisselende emoties, afhankelijk van wat ik meemaak en welke denkbeelden ik daarover ontwikkel. En mijn verstand bestaat uit voorbijgaande gedachten die ik niet kan vasthouden. Het bestaat uit oordelen over wat ik in de wereld waarneem en met mijn denken orden en kleur. Al deze elementen van mijn bestaan zijn aan verandering onderhevig in een wereld die ook voortdurend verandert. En toch beschouw ik mezelf in feite als object. Wie ik ben, het beeld dat ik van mezelf heb is vooral een mentaal beeld, een beeld dat door mijn denken wordt bepaald en gevoed. Dit geldt overigens ook voor mijn beeld van de zogenaamde objectieve wereld om mij heen. Maar wie ben ik echt en kan ik mijzelf kennen? En wie kent dan eigenlijk wie?

Mijn vermogen tot zelfreflectie is uniek aan mijn mens-zijn en de route naar geluk en vervulling. Maar een route doet vermoeden dat ik van A naar B moeten bewegen, hetgeen typisch een notie van mijn denken is. Ik beweeg me van verleden naar toekomst in een voortdurend veranderende context, waar ik zelf deel van uitmaak. Mijn leven lijkt te bestaan uit een lineair ‘worden’. Waar is dan het ‘zijn’, míjn ‘zijn’?

Mijn ‘zijn’ is er altijd al. Het is in het hier en nu, niet in het verleden en niet in de toekomst. Het is geen ‘object’ dat ik kan zien of rationeel kan kennen. Mijn ‘zijn’ is de subjectieve en zuivere beleving van mijzelf als ‘ik’ in dit moment. Nog voordat het denken er concepten op loslaat. Het is de enige constante in alle veranderingen in en buiten mijzelf. Het is mijn oorspronkelijke staat, mijn bron. Ik ben mij hier alleen niet van bewust, omdat mijn denken mijzelf doorlopend ‘denkt’ en ‘bedenkt’. In mijn reflectie buig ik mijn aandacht op een natuurlijke wijze terug naar mijzelf en keer naar binnen in mijn ‘ik’ of in mijn ‘ik ben’. Mijn denken verstilt, waardoor mijn oordelen vervluchtigen. Ik ervaar louter ‘zijn’ in het heden en raak vervuld vanuit mijzelf. Alles is goed. ‘Be your source’.