"Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan"
Het is
verbazingwekkend om te zien dat Jezus het kind boven elke
andere mens verkiest: “Ik zeg u, als u niet verandert en
niet wordt als een
kind, u het Koninkrijk der hemelen niet binnen zult gaan”
(Mt 18,3). Kind
zijn is voor Jezus dus niet puur een overgangsperiode in het
leven van een
mens, dat wil zeggen zijn biologische bestemming die
vervolgens geheel
verdwijnt. In de kindertijd verwerkelijkt wat eigen is aan
de mens zich op
zo'n wijze, dat hij die het belangrijkste van de kindertijd
verliest, zelf
verloren is.
Door met een
menselijke blik te kijken, kunnen we ons voorstellen
welke gelukkige herinneringen Christus kan hebben bewaard
aan de dagen van
zijn kindertijd. Zijn kindertijd is voor Hem een kostbare
ervaring geweest,
een bijzondere vorm van mens-zijn. Vandaar kunnen we leren
om te verwijzen
naar het kind dat, ontwapenend, tot onze liefde oproept.
Maar dat roept
vooral de volgende vraag op: wat is precies het
karakteristieke kenmerk van de kindertijd dat Jezus als
onvervangbaar
beschouwt?... We moeten ons eerst herinneren welke
essentiële eigenschap
van Jezus, zijn waardigheid als “Zoon” uitdrukt ... De
oriëntatie op zijn
leven, het oorspronkelijke motief en doel die Hem gevormd
hebben, drukken
zich in één woord uit: “Abba, geliefde Vader” (Mc 14,36; Gal
4,6). Jezus
wist dat Hij nooit alleen was en, tot aan de laatste
schreeuw op het kruis,
heeft Hij Hem die Hij Vader noemde, gehoorzaamd, door zich
geheel naar Hem
te richten. Dat alleen verklaart dat Hij weigerde om zich
Koning of Heer te
laten noemen, of zich een andere machtstitel toe te kennen,
maar Hij nam
zijn toevlucht tot een term die we ook kunnen vertalen met:
“kind”.
Kardinaal Jozef Ratzinger (Paus
Benedictus XVI)

Een zeer mooi schrijven
BeantwoordenVerwijderenLieve groetjes
Erna