Fragment
uit : De Alchemist van Paulo Coelho
De
jonge schaapherder Santiago liep dertig dagen door de woestijn, tot hij bij een
prachtig kasteel boven op een berg aankwam. Daar woonde de Wijze. De Wijze
luisterde aandachtig naar de reden van de komst van de jongen, maar zei dat hij
op dat moment helaas geen tijd had om het geheim van het geluk uit te leggen.
Ik
wil je wel iets vragen zei de Wijze, terwijl hij de jongen een theelepel
overhandigde waaraan twee druppels olie hingen. Ik wil je vragen deze lepel
onder het lopen zo vast te houden dat de olie er niet afvalt.
De
jongen begon de trappen van het paleis op en af te lopen, met zijn ogen strak
gericht op de lepel. Na twee uur keerde hij terug naar de Wijze.
En,
vroeg die, heb je de Perzische tapijten in de eetkamer gezien? En de tuin
waarover de meester der hoveniers tien jaar heeft gedaan? En de schitterende
perkamentrollen in mijn bibliotheek?
Beschaamd
bekende de jongen dat hij niets gezien had. Zijn enige zorg was geweest de
druppels olie niet te morsen die de Wijze hem had toevertrouwd.
Ga
dan terug en maak kennis met de wonderen van mijn wereld, zei de Wijze. Je kunt
een man niet vertrouwen als je zijn huis niet kent.
Al
wat kalmer geworden pakte de jongen de lepel en begon opnieuw door het paleis
te wandelen, maar dit keer lette hij op alle kunstwerken die aan het plafond en
de muren hingen. Hij zag de tuinen, de bergen rondom, de pracht van de bloemen,
de geraffineerde plaatsing van de kunstwerken. Toen hij terugkwam bij de Wijze
bracht hij gedetailleerd verslag uit van wat hij had gezien. Maar waar zijn de
twee druppels olie die ik je heb toevertrouwd? Vroeg de Wijze.
De
jongen keek naar de lepel en merkte dat hij die gemorst had.
Dit
is de enige raad die ik je kan geven, zei de wijste aller wijzen. Het geheim
van het geluk schuilt in het kijken naar alle wonderen van de wereld zonder
ooit de twee druppels olie op je lepel te vergeten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Reactie: