Lucas 7,11-17.
In die tijd
begaf Jezus zich naar een stad die Nain heette; zijn leerlingen en een grote
groep mensen gingen met Hem mee.
Hij was juist
in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon
van zijn moeder, en deze was weduwe. Een groot aantal mensen uit de stad
vergezelde haar.
Toen de Heer
haar zag, voelde Hij medelijden met haar en sprak: 'Schrei maar niet.'
Daarop trad Hij
op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: 'Jongeman,
Ik zeg je: sta op!'
De dode kwam
overeind zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen werden
door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God zeggende:
'Een groot
profeet is onder ons opgestaan,' en: 'God heeft genadig neergezien op zijn volk.'
En dit verhaal
over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.
Bron : Petrus Canisius
bijbelvertaling & vernieuwingen
Overweging bij de lezing van vandaag:
H.
Fulgentius van Ruspe (467-532) bisschop in Noord Afrika
Over
de vergeving van de zonden; CCL 91A, 693 (vert. brevier)
"Ik zeg u:
Sta op"
"Opeens,
in een oogwenk, zegt de apostel Paulus, bij de laatste trompet -want de trompet
zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid- zullen wij
van gedaante veranderen." Door 'ons' te zeggen, bedoelt Paulus dat al
degenen die in die tijd met hem en zijn gezellen verbonden zijn door de eenheid
van de Kerk en van de vrome levenswijze, met hem zullen genieten van de gave
der toekomstige verandering. Wat die
verandering inhoudt, duidt hij vervolgens aan met de woorden: "Dit
vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met
onsterfelijkheid" (1Kor 15,52-53). Opdat echter bij de uitverkorenen op
dat moment de verandering van de verdiende beloning zich kan voltrekken, moet
eerst de verandering hebben plaatsgehad door de overvloed van Gods vrije gaven...
Eerst is er hier op aarde de beginnende
verandering van Gods spontane gave, door de rechtvaardiging die hen geestelijk
doet opstaan; later wordt dan bij die gerechtvaardigden de verandering voltooid
door de opstanding van het lichaam, en deze voltooide verheerlijking blijft
voor eeuwig onveranderlijk. Eerst worden zij veranderd door de genade van de
rechtvaardiging, daarna door die van de verheerlijking, zodat in hen de verheerlijking
voor eeuwig onveranderlijk kan blijven.
Hier op aarde is er dus voor hen de
verandering door de eerste opstanding die hen verlicht en bekeert: daardoor
gaan zij over van de dood naar het leven, van de zonde naar de gerechtigheid,
van het ongeloof naar het geloof, van de slechte daden naar een heilige
levenswijze. Daarom heeft de tweede dood geen macht over hen. Van hen zegt
immers de Openbaring van Johannes: "Zalig en heilig die deel hebben aan de
eerste opstanding! Over hen heeft de tweede dood geen macht" (20,6)... Daarom
moet al wie niet getroffen wil worden door de eeuwige straf van de tweede dood,
zich haasten om hier op aarde deel te hebben aan de eerste opstanding. Want zij
die zich in dit leven uit vrees voor God hebben bekeerd en van het slechte
leven naar het goede overgaan, gaan meteen over van de dood naar het ware
leven, en later zullen zij ook overgaan van de vernedering naar de ware
heerlijkheid.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Reactie: