Translate

maandag 6 juni 2016

Hij sprak: 'Jongeman, Ik zeg je: sta op!'

Lucas 7,11-17.
In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Nain heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee.
Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, voelde Hij medelijden met haar en sprak: 'Schrei maar niet.'
Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: 'Jongeman, Ik zeg je: sta op!'
De dode kwam overeind zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God zeggende:
'Een groot profeet is onder ons opgestaan,' en: 'God heeft genadig neergezien op zijn volk.'
En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.

                 Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
        Overweging bij de lezing van vandaag:
                H. Fulgentius van Ruspe (467-532) bisschop in Noord Afrika
                Over de vergeving van de zonden; CCL 91A, 693 (vert. brevier)
"Ik zeg u: Sta op"
        "Opeens, in een oogwenk, zegt de apostel Paulus, bij de laatste trompet -want de trompet zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid- zullen wij van gedaante veranderen." Door 'ons' te zeggen, bedoelt Paulus dat al degenen die in die tijd met hem en zijn gezellen verbonden zijn door de eenheid van de Kerk en van de vrome levenswijze, met hem zullen genieten van de gave der toekomstige verandering.  Wat die verandering inhoudt, duidt hij vervolgens aan met de woorden: "Dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid" (1Kor 15,52-53). Opdat echter bij de uitverkorenen op dat moment de verandering van de verdiende beloning zich kan voltrekken, moet eerst de verandering hebben plaatsgehad door de overvloed van Gods vrije gaven...      
      Eerst is er hier op aarde de beginnende verandering van Gods spontane gave, door de rechtvaardiging die hen geestelijk doet opstaan; later wordt dan bij die gerechtvaardigden de verandering voltooid door de opstanding van het lichaam, en deze voltooide verheerlijking blijft voor eeuwig onveranderlijk. Eerst worden zij veranderd door de genade van de rechtvaardiging, daarna door die van de verheerlijking, zodat in hen de verheerlijking voor eeuwig onveranderlijk kan blijven.
      Hier op aarde is er dus voor hen de verandering door de eerste opstanding die hen verlicht en bekeert: daardoor gaan zij over van de dood naar het leven, van de zonde naar de gerechtigheid, van het ongeloof naar het geloof, van de slechte daden naar een heilige levenswijze. Daarom heeft de tweede dood geen macht over hen. Van hen zegt immers de Openbaring van Johannes: "Zalig en heilig die deel hebben aan de eerste opstanding! Over hen heeft de tweede dood geen macht" (20,6)... Daarom moet al wie niet getroffen wil worden door de eeuwige straf van de tweede dood, zich haasten om hier op aarde deel te hebben aan de eerste opstanding. Want zij die zich in dit leven uit vrees voor God hebben bekeerd en van het slechte leven naar het goede overgaan, gaan meteen over van de dood naar het ware leven, en later zullen zij ook overgaan van de vernedering naar de ware heerlijkheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reactie: